De gruwel van een wereld zonder grenzen

Het klinkt als een idylle; zo’n wereld zonder grenzen. Dat is het natuurlijk niet, om veel redenen. Ook een verstandige socialist beseft dat.

 

In 1991 schreef ik een pamflet, waar op één van de laatste bladzijden vet en, beetje overdreven, zelfs in hoofdletters staat afgedrukt: ‘we hebben grenzen nodig’. Daar ben ik al die jaren en veel grensvervaging later, nog steeds van overtuigd. Nochtans staan grenzen zwaar onder druk.

 

Niet alleen de landsgrenzen, het hele concept lijkt belegen. Neem de grens tussen man en vrouw; die wordt fluïde genoemd. “In mijn vriendenkring is hooguit 10 procent van de vrouwen echt hetero. Bij de overige 90 procent is dat al veel minder duidelijk. Ik zie dus weinig argumenten om vast te houden aan de binaire opdeling van de mensheid in geslachten”, vindt Saskia De Coster dit weekeinde in De Morgen. Om maar te illustreren dat zowat alle grenzen in vraag (kunnen) worden gesteld.

 

In diezelfde De Morgen laat Mark Elchardus zijn gedachten gaan over het klassiekere concept grens. “Een wereld zonder grenzen, wat kan daar op tegen zijn?”, maakt deze sociaaldemocratische socioloog van een cruciale vraag de titel van zijn jongste bedenkingen om vervolgens aan te geven wat daar wel degelijk op tegen kan zijn.

 

Sta me toe wat ruimer te citeren uit zijn uitstekende tekst die ik via deze weg nog wat meer verspreiding zou willen geven. Waarom hecht Elchardus zo veel belang aan het onderscheid tussen wie hier legaal en wie illegaal verblijft, wordt hem veelvuldig gevraagd en “niet altijd even vriendelijk”. “Onze rechten hangen samen met ons burgerschap, ons lidmaatschap van een staat. Slechts in een stevige verzorgingsstaat hebben die rechten echt wat om het lijf. Zij kunnen alleen worden gegarandeerd als die staat een effectief monopolie op geweld handhaaft en daarenboven de middelen heeft om zijn burgers te geven waar zij recht op hebben. Die voorwaarden zijn slechts in een handjevol landen vervuld. Daar is het burgerschap uiteraard erg gegeerd”, luidt zijn antwoord.

 

Na de tweede wereldoorlog raakte het onderscheid burger versus niet-burger, mensen met en mensen zonder de nationaliteit van het land, stevig uitgehold. Het verschil tussen legaal of illegaal in het land verblijven kreeg daardoor een grotere betekenis.

 

Elchardus verwoordt de vraagstelling duidelijk. “Moeten we illegale aanwezigheid identificeren, ontmoedigen en ongedaan maken of juist niet? In feite gaat het om de vraag of we een wereld willen, georganiseerd in afgegrensde staten en samenwerkingsverbanden van staten, of daarentegen een wereld zonder grenzen.”

 

Hij komt zo bij de populaire stelling dat we best kiezen voor de wereldnatie: “Naarmate staten belangrijker werden, groeide ook de hoop dat zij uiteindelijk weer samen met hun grenzen zouden verdwijnen; uitgedrukt in het utopische ‘mijn land is de wereld, mijn natie de mensheid’. Wat valt daar nu tegen in te brengen?”

 


Het zal de nieuwe adel, de miljardairs voor wie grenzen slechts hinderpalen vormen, worst wezen wie legaal of illegaal in het land verblijft. Als maar genoeg mensen goedkoop willen werken.


 

Wat op er tegen is, zo’n wereld zonder grenzen? “Heel wat, eigenlijk. Onder meer de vaststelling dat naarmate de hyperglobalisering de democratische staten aan soevereiniteit liet inboeten, hen controle ontnam over verplaatsingen van kapitaal, goederen, diensten en mensen, niet het geheel van de mensheid maar een aantal bedrijven en superrijken er beter van werden”, stelt Elchardus vast.

 

Miljardairs die geen grenzen nodig hebben – ze in tegendeel verafschuwen als hinderpalen – vormen nu de nieuwe adel. Legaal of illegaal in het land? Het zal hen worst wezen, als er maar genoeg mensen beschikbaar zijn die goedkoop willen werken, klinkt het in die kringen.

 

Elchardus vervolgt: “Wie die wereld niet wil, moet grenzen bewaken. Temeer daar Europa 450 miljoen overwegend oude en ongeruste inwoners heeft, Afrika 2,5 miljard overwegend jonge mensen met weinig burgerrechten, van wie velen dan ook graag naar Europa zouden komen. Een dergelijke situatie vergt humane, maar ook kordate en doeltreffende grenscontrole.” Dan is een doeltreffend terugkeerbeleid uiteraard noodzakelijk.

 

“Het gaat er bij mij nog steeds niet in”, zegt Elchardus, die trouwens een ruimhartig asielbeleid verdedigt, “dat mensen die geen asiel vragen wel onze bescherming verdienen alsof ze dat wel hadden gedaan. Dat ondergraaft het al kwetsbare draagvlak voor asiel, herleidt het in de geest van vele mensen tot een vorm van illegale migratie, brengt ons op die manier dichter bij een Europa dat zijn waarden verloochent.”

 

Elchardus maakt er geen geheim van socialist te zijn en toch kan ik niet anders dan brede raakvlakken vaststellen tussen wat hij hier schrijft en wat ik als centrumrechtse Vlaams-nationalist verdedig. Vele onderdelen van mijn geschrift van 1991 zijn intussen gedateerd; maar de kernstellig blijft. We hebben goede grenzen nodig, ook om de redenen die Elchardus aangeeft.

 

Goede grenzen? Ja er bestaan uiteraard ook slechte grenzen. Goede kan je vergelijken met een voordeur; die kan open en die kan op slot, naargelang de omstandigheden. Iedereen heeft thuis een voordeur want beseft natuurlijk best hoe belangrijk grenzen zijn. Ook verstandige socialisten zien dat in. 

 



Hier geplaatst op 19 maart 2018. 

 

Foto: Thinkstock 

 

TIP: Dankzij internet kunnen wij ook veel mensen bereiken buiten de klassieke media om. Help daarbij en deel dit artikel. Gewoon op de knop hieronder drukken.

Share this
share