Ok, draag een hoofddoek maar dan ook de gevolgen

Onlangs schreef ik een stukje over te ver doorgedreven individualisme. Maar er bestaat ook een omgekeerd euvel: zich te zeer vereenzelvigen met één groepsidentiteit. Vreemd dat het dan verbaast als je daar op beoordeeld wordt…

 

Mensen maken deel uit van groepen en vereenzelvigen zich daar ook graag mee. Dat biedt geborgenheid, solidariteit, veiligheid, gedeelde geestdrift en het gevoel er niet alleen voor te staan. Wat zouden we zonder groepen zijn? Volgens de politieke filosoof Alexis de Tocqueville kan de mens alleen in gezelschap vrij zijn. “Naast de vrijheid om alléén te handelen, is de meest natuurlijke vrijheid van de mens die om zijn inspanningen te koppelen aan die van zijn naasten en gezamenlijk te handelen”, schreef de schrandere waarnemer van de Franse en Amerikaanse revolutie in Over de democratie in Amerika.

 

Die identificatie met één groep kan heel erg ver gaan, zo ver zelfs dat de eigen persoonlijkheid er (grotendeels) mee gaat samenvallen en andere sferen fel vervagen.

 

Vlaming zijn, bijvoorbeeld, is een bijzonder relevant feit. Het wordt wel wat eng als dat Vlaming-zijn alle andere persoonlijkheidskenmerken gaat overschaduwen en zeker wanneer Vlamingen geacht worden allemaal hetzelfde te denken. Wie dat niet doet, wordt dan uiteraard een ‘slechte Vlaming’. Je komt ze af en toe wel eens tegen in de Vlaams-nationale familie, mensen van de categorie ‘Ik ben Vlaming en daarmee is alles gezegd’. Het betreft gelukkig een kleine minderheid.

 

Wie een leeuwenspeldje draagt, geeft daarmee aan deel uit te maken van de Vlaamsgezinde of zelfs Vlaams-nationale familie. Hij of zij is zo iemand die Vlaanderen als cruciale democratische ruimte beschouwt. Zo’n getuigenis kan passen in specifieke situaties maar weinigen tooien zich daarmee in alle omstandigheden en al zeker niet zeer opvallend in buitenmaatse omvang.

 

Anderen laten dan weer zien tot welke groep ze behoren door een hoofddoek te dragen. Als het daarover gaat, zit iedereen wat scherper in het oordeel dan wanneer het bijvoorbeeld hoge hakken betreft. Volgens de ene is zo’n hoofddoek hét symbool van keuzevrijheid voor de vrouw die haar identiteit wil tonen; voor de andere kenmerkt dat stuk textiel meer dan wat ook de vrouwenonderdrukking.

 


 Als het over hoofddoeken gaat, zit iedereen wat scherper in het oordeel dan wanneer het bijvoorbeeld hoge hakken betreft.



Met de regelmaat van een klok haalt dat kledingstuk het nieuws. Het verbod in het gemeenschapsonderwijs om gehoofddoekt in de klas te zitten zou onwettig zijn, meldden media enige tijd geleden. Niet veel later oordeelde een Tongerse rechter in die zin en eiste dat 11 meisjes op hun school in Maasmechelen het haarbedekkende kledingstuk mogen dragen.

 

In de school waar ik les gaf, bestond lang voor het eerste hoofddoekje verscheen een verbod op het dragen van hoofddeksels. Geen petten en geen mutsen op school. Zo’n kledingsvoorschrift diende een puur praktisch doel en werd later gewoon doorgetrokken naar hoofddoeken. Geen petten, geen mutsen en geen hoofddoeken werd het dan. Dat leverde jarenlang geen probleem op, ook niet toen moslimmeisjes hun opwachting maakten. Pas veel later evolueerde het tot strijdpunt.

 

Los van praktische kledijvoorschriften op school of werk of neutraliteitseisen bij de overheid koesteren we best het grote goed dat vrije klederdracht toch wel is. Tussen bloot en boerka moet op straat erg veel kunnen, lijkt me. De vraag rijst wel waarom iemand zich opvallend met kentekens wil tooien. Vestimentaire keuzes geven in belangrijke mate uiting aan iemands persoonlijkheid of het imago dat graag wordt opgebouwd. Spiegels dienen om te zien hoe anderen ons zien. Piercings worden niet gestoken om onopgemerkt te blijven, een das niet onder het hemd geknoopt. Het leeuwtje verraadt het flamingantisme van de betrokkene, een hoofddoek moet getuigen van het moslimgeloof van de dames in kwestie.

 

Uiteraard mag niet vergeten worden dat die ‘vrijheid’ zeer relatief is als ‘gekozen’ wordt onder zware familiale of sociale druk. We staan allemaal onder groepspressie om dit wel of dat niet te dragen. Waar ligt de grens tussen normale beïnvloeding en zware druk? Die lijn is bijzonder moeilijk te ontdekken maar ze bestaat.   

 

Het is wel mooi als potentiële groepsdruk op vestimentaire gebruiken binnen schoolmuren wordt opgeheven door formele kledijvoorschriften. Zonder verbod op hoofdbedekking bijvoorbeeld worden minderjarigen verplicht zich te outen in de ene of de andere richting. Als er wel een verbod bestaat, hoeven de kinderen zich niet figuurlijk bloot te geven.   

 


 Leve de keuzevrijheid in uiterlijk vertoon maar uiteraard kleeft daar de consequentie aan er ook op beoordeeld te worden.


 

Wie op straat via het uiterlijk een statement wil maken, mag niet verbaasd zijn dat het ook opvalt. Leve de keuzevrijheid in uiterlijk vertoon, het kan niet genoeg herhaald worden, maar uiteraard kleeft daar de consequentie aan er ook op beoordeeld te worden.

 

Toen ik als jong afgestudeerde economist ging solliciteren, zorgde mijn moeder er voor dat ik er zo een beetje uitzag zoals ze dacht dat degene die mij in dienst zou moeten nemen dat verwachtte. Geen moment peinsde ik er over manifest een leeuwenkenteken op te spelden bij dat gesprek, hoe uitgesproken Vlaams-nationalist ik ook ben.

 

In de jaren ’60, ’70 legden bij ons zelfs bedienaren van religieuze diensten (pastoors dus) hun uiterlijke kentekens steeds meer af in de publieke ruimte. Zo is de samenleving hier nu eenmaal geëvolueerd. Iemand die in alle omstandigheden, ook professioneel, weigert religieus of ideologisch geïnspireerde uiterlijkheden af te leggen, heet in onze contreien een fanaticus. Denk er van wat je wil en inderdaad elders kan het anders zijn, maar hier is het zo gegroeid en dat willen we ook zo houden.

 

Ja maar, het gaat over de godsdienstvrijheid, horen we dan opwerpen. Die mag niet betwist worden maar de vrijheid om problemen te hebben met godsdienstfanatisme uiteraard evenmin. En weegt het naleven van een voorschrift dat voortvloeit uit een heilig boek echt zwaarder door dan een uiting die ingegeven is door een niet-religieuze overtuiging?

 

Bekijken we de arbeidsmarkt. Iemand een baan weigeren wegens zichtbare tattoos blijkt geen inbreuk op het verbod op discriminatie. Een verbod op Elvis-kledij op de werkvloer wordt aanvaard. Altijd een gele t-shirt dragen met zwarte leeuwenkop is evident een jobstopper. Maar een hoofddoek niet toestaan op het werk zou wel discrimineren? Begrijpe wie kan.

 

Wanneer een hoofddoekdraagster minder kans maakt op de arbeidsmarkt, dan is dat niet de fout van de werkgever die liever geen godsdienstfanaticus – of iemand die ten minste de indruk wekt dat te zijn - in dienst neemt maar wel van de sollicitante die over het glazen plafond ook nog eens een hoofddoek spant en daardoor bewust zelf de eigen kansen vermindert.

 

Hoofddoekdracht thuis of op straat, daar kiest iedereen zelf voor. Wie eist het steeds te mogen dragen, moet uiteraard ook de verantwoordelijkheid van die vrije keuze dragen. Ze maakt in onze samenleving grote kans door velen beschouwd te worden als religieus fanatiek in tegenstelling tot bijvoorbeeld de talloze moslima’s die geen of niet altijd een hoofddoek opdoen. Dat is het gevolg van de maatschappelijke evolutie die wij hebben doorgemaakt en waarop we, mag ik hopen, niet willen terugkomen.

 



Hier geplaatst op 7 maart 2018. 

 

Foto: Thinkstock 

 

TIP: Dankzij internet kunnen wij ook veel mensen bereiken buiten de klassieke media om. Help daarbij en deel dit artikel. Gewoon op de knop hieronder drukken.

Share this
delen