Over het ‘onwaardige’ parlementslid BDW

De voorbije dagen schoten de pijlen weer veelvuldig richting N-VA in het algemeen maar vooral Bart De Wever en zijn schepenen in het bijzonder dienden als mikpunt. Uiteraard schoof daar ook weer de aantijging tussen dat hij een onwaardig kamerlid zou zijn. Als fractievoorzitter kan ik daarover meespreken.

 

Ruimtelijke ordening en stadsontwikkeling zijn best boeiende thema’s maar ik ken er weinig tot niks van. “Wovon man nichts weiß, darüber muss man schweigen”, parafraseer ik graag Ludwig Wittgenstein en verwijs voor die onderwerpen dus graag naar ter zake meer onderlegde collega’s.

 

Maar als Joël De Ceulaer op twitter schrijft “7000 euro voor burgemeester die ook in parlement zit? Een fair loon, zeker als je bijna niet in het parlement te bespeuren bent”, dan gaat het over iets waarvan ik als fractieleider wel iets af weet.

 

Eigenlijk staat Bart De Wever, want over hem gaat het dus, hiërarchisch onder mij. BDW is kamerlid, ik voorzitter van die fractie; voorzitter van de voorzitter als het ware. In een land waar iedereen wel ergens voorzitter van is, komen zo’n dingen nu eenmaal voor.

 

En wat is het oordeel van de fractievoorzitter over het kamerlid BDW, dat volgens Joël De Ceulaer bijna niet in het parlement te bespeuren is? Uit dat verwijt - zo is het wel bedoeld - kan vooreerst opgemaakt worden dat onze immer kritische journalist een eerder prikklokkerige maatstaf hanteert om een oordeel te vellen over dit parlementslid. Het klopt namelijk dat BDW amper of nooit opduikt in commissiezittingen. Zo’n Kamercommissie telt 17 leden, waarvan vier van de N-VA. Om geldig te vergaderen moet een meerderheid aanwezig zijn, negen stuks dus.

 

Wat die daar moeten doen? Moeten? Ze moeten niks. Technisch volstaat het aanwezig te zijn. Kamerleden wier thema aan bod komt, worden geacht aandachtig te luisteren, tussen te komen, kritisch wetsontwerpen te beoordelen, amendementen in te dienen, wetsvoorstellen te verdedigen, accuraat te antwoorden op tegenwerpingen, enfin het betere specialistenwerk te verrichten. Maar van Kamerleden die zelf niet gespecialiseerd in de punten die op de agenda staan, wordt alleen fysieke aanwezigheid verwacht. Beetje domme zaak maar het parlement werkt al te dikwijls met stroeve en kafkaiaanse regeltjes. Wie de Kamer kent, haalt de schouders op voor die holle formalismen. Mensen die geen voeling hebben met de parlementaire realiteit hebben wel eens de neiging ze al te ernstig te nemen. Joël De Ceulaer verraadde met zijn tweet tot die categorie te horen. Kwatongen zouden zelfs beweren dat hij zich bewust zo naïef voordoet om een sneer richting Kamerlid De Wever te kunnen verkopen.

 


Joël De Ceulaer hanteert een prikklokkerige maatstaf om een oordeel te vellen over een parlementslid

 



Het klopt dat we de partijvoorzitter niet optrommelen voor dat soort werk. Noem het een kwestie van arbeidsverdeling. Fractiegenoten springen in terwijl De Wever… ja wat doet die dan eigenlijk?

 

Tot de taak van een parlementslid hoort het goedkeuren van wetten, wat hij elke week ook doet in het halfrond tijdens de plenaire zitting. Bart schrijft zelf geen wetsvoorstellen in detail uit maar inspireert partijgenoten en medewerkers voortdurend met suggesties allerhande. Ook hier weer hanteert onze fractie een systeem van werkverdeling waarbij technisch onderlegde medewerkers voor de concrete teksten zorgen. Dat gebeurt niet zelden op initiatief van Kamerlid De Wever. Op dat punt voldoet hij zonder twijfel aan de verwachtingen.

 

Een parlementslid moet verder de regering controleren. Ook dat doet BDW, volgens sommige critici zelfs te veel. Hij is op dat vlak actiever dan het doorsnee Kamerlid, zelfs als die meer uren in de commissiezalen doorbrengt en De Wever geen formele mondelinge of schriftelijke vragen meer stelt.

 

Een parlementslid is natuurlijk ook en vooral een volksvertegenwoordiger. Zal iemand betwijfelen dat Bart dat helemaal is? Hij geeft stem aan honderdduizenden Vlamingen die zich door hem vertegenwoordigd voelen. Dat BDW tegenstanders heeft, is geweten, maar wellicht ontkent niemand dat hij ook veel aanhangers telt. Dat volk (!) vertegenwoordigt (!) deze volksvertegenwoordiger, weliswaar minder onder de parlementaire stolp – daar springen collega’s zo nodig voor hem in – maar des te meer daar buiten – waar die collega’s zich dan weer graag door hem laten vertegenwoordigen.

 

Zou er op de redactie van Joël De Ceulaer niet aan arbeidsverdeling gedaan worden? Waarom beperkt hij zich tot vraaggesprekken en zien we hem nooit in de rol van verslaggever? Hoeveel uur slijt hij al interviewend buitenhuis in plaats van op zijn stoeltje in de redactielokalen? Zoals er verschillende soorten journalisten bestaan, telt ook de Kamer onderscheiden profielen. Politiek is een ploegsport en zoals alle partijen hebben wij spitsen, spelverdelers, verdedigers en doelwachters in huis.

 

Iemand die wetten initieert, een regering controleert en kiezers vertegenwoordigt, doet de drie dingen die het takenpakket van een parlementslid vormen en in het geval van BDW worden die klussen uitstekend geklaard. Zeg dat zijn voorzitter het gezegd heeft. Die vindt trouwens dat ook voor journalisten zou moeten gelden: “Wovon man nichts weiß, darüber muss man schweigen”.

 

P.S.: De belastingbetaler komt er ook niet slechter uit want BDW ontvangt geen volledige burgemeesterswedde omdat die beperkt wordt voor een parlementslid. 

 



Geplaatst op 28 november 2017. 

 

Foto: Bart De Wever

 

TIP: Dankzij internet kunnen wij ook veel mensen bereiken buiten de klassieke media om. Help daarbij en deel dit artikel. Gewoon op de knop hieronder drukken.

Share this
delen