Trouwe lezers kennen mijn gehechtheid aan de vijgenstruik waarop ik mezelf trakteerde toen ik vijftig werd, intussen alweer bijna veertien jaar geleden. Toen een boompje in mijn Berlingo nog net transporteerbaar van het tuincentrum naar huis, intussen uitgegroeid tot een stevige met beide handen amper te omvatten tronk, omringd door nakomelingen, ooit kleine uitlopende sprietjes, nu ook alweer flinke, volwaardige stammen.