Het is toch wat, elke week weer ‘iets’ vinden om over te mijmeren, of beter gezegd, om publiek over te mijmeren want ik weet niet hoe het bij u verloopt maar ondergetekende loopt eigenlijk voortdurend al mijmerend rond. Die gedachten zijn niet altijd rijp om breed te delen en gisterenavond had ik geen vermoeden waarover met u vandaag te mijmeren maar de zaterdagavond bracht raad want vrijwel voor onze deur, namelijk voor de deur onzer buurman, vond het nazomerse straatfeest plaats alwaar onze spruit zijn figuurlijk visitekaartje afgaf in de vorm van ongegeneerde bemoeizucht met alles wat bewoog of niet bewoog, zoals daar zijn ballen, inpakpapier, vouwstoeltjes, hondjes of speelgoed van andere kinderen.